Ik en mijn familie

Bij dit thema nemen de kinderen foto’s mee van thuis. Aan de hand van de foto’s laten ze zien bij wie ze wonen. Ze laten zien wie hun papa, mama, broertjes en zusjes zijn, en wie hun opa en oma. Alle foto’s komen aan de muur te hangen. Familie staat centraal in dit thema, maar ook de huisdieren komen aan bod.

Activiteiten * Puk speelt voor baby en gaat met de trein naar z’n oma. Maar eerst knutselt hij een mooi fotolijstje voor haar. Misschien willen de kinderen dat ook wel doen!  * De baby’s bladeren in hun eigen fotoboek met foto’s van hun papa, mama, broer/zus. * De kinderen maken een beeldje van klei. * De kinderen doen een babypop in bad.  * De kinderen zingen over wie er bij hen in huis woont.  * Als afsluitende activiteit nemen de kinderen hun opa en oma, of hun tante en oom, mee naar het kinderdagverblijf om te laten zien wat ze daar allemaal doen.

Voorleesverhaal Baby Ole zit in de box. Hij huilt, want hij is zijn popje kwijt. Het ligt onder de kast en hij kan het niet zelf pakken. Papa, mama en zijn broertje Jop begrijpen hem niet. Maar Lise, zijn zusje, leert hem kruipen. Nu kan hij zelf naar de kast kruipen en zijn popje pakken. Helemaal zelf!

Spelenderwijs ontwikkelen: Door het meedoen aan de spelactiviteiten van dit thema: 0-1,5 jaar: * kijkt de baby samen met de leidster naar foto’s van thuis  (een jonge baby luistert naar de stem van de leidster, een oudere baby kan bekenden,  zoals papa en mama, op foto’s aanwijzen).  * Herkent de baby zijn eigen naam.  * Krijgt de baby de kans allerlei bekende en nieuwe materialen te ontdekken. * Gaat de baby voorwerpen vastpakken, onderzoeken en in en uit een doos of krat doen.  1,5-2,5 jaar: *Wijst het kind bekenden, zoals papa, mama, opa en oma, aan op foto’s. * gebruikt het kind de namen van enkele bekenden, zoals papa, mama, de naam van de leidster en van broertjes of zusjes of een kind uit de groep.  * Speelt het kind onder begeleiding van de leidster met andere kinderen in een spel in de huishoek of een kringspel.  Onderzoekt het kind bekende en nieuwe materialen, zoals water met schuim, klei en verschillende knutselmaterialen.  2,5-4 jaar:  * Noemt het kind de namen van bekenden, zoals papa, mama,  opa en oma, en van broertjes of zusjes of een kind uit de groep en  wijst deze personen aan op foto’s. * Vertelt het kind in het kinderdagverblijf iets van thuis.  * Speelt het kind met andere kinderen een spel in bijvoorbeeld de  huishoek en doet mee aan een kringspel.  * Onderzoekt het kind bekende en nieuwe materialen, zoals water met schuim, klei en verschillende knutselmaterialen.

Hoe kunt u aansluiten bij het thema?

Kijkje in de groep 0-1,5 jaar: Familie staat centraal in dit thema. Daarom hangen in het kinderdagverblijf foto’s van papa’s, mama’s, broertjes, zusjes, opa’s en oma’s van de kinderen. De baby krijgt een fotoplaat met foto’s van zijn eigen papa, mama, opa, oma, broertjes of zusjes. Heb je al foto’s opgezocht voor de fotoplaat van jouw baby? * Maak ook een paar foto’s in het kinderdagverblijf of vraag de leidsters dat te doen. Bijvoorbeeld  van je baby met de leidster of met een andere baby met wie hij graag speelt. Ook een foto van een activiteit is leuk.  1,5-2,5 jaar: Familie staat centraal in dit thema. Daarom hangen in het kinderdagverblijf foto’s van papa’s, mama’s, broertjes, zusjes, opa’s en oma’s van de kinderen. Heb je al foto’s opgezocht voor op de fotomuur om aan je kind mee te geven? * Maak ook een paar foto’s in het kinderdagverblijf of vraag de leidsters dat te doen. Bijvoorbeeld van je kind met de leidster of met een andere kind met wie hij graag speelt. Ook een foto van een activiteit is leuk. Door deze foto’s kan je kind thuis laten zien wat hij in het kinderdagverblijf doet.  2,5-4 jaar: Familie staat centraal in dit thema. Daarom hangen in het kinderdagverblijf foto’s van papa’s, mama’s, broertjes, zusjes, opa’s en oma’s van de kinderen. Heb je al foto’s opgezocht voor op de fotomuur om aan je kind mee te geven? * Maak ook een paar foto’s in het kinderdagverblijf of vraag de leidsters dat te doen. Bijvoorbeeld van je kind met de leidster of met een andere kind met wie hij graag speelt. Ook een foto van een activiteit is leuk. Door deze foto’s kan je kind thuis laten zien wat hij in het kinderdagverblijf doet.

Verzorgen 0-1,5 jaar: Doe tijdens het verzorgen een kiekeboe-spelletje met je baby. Neem bijvoorbeeld een handdoek en verstop het gezicht van je baby. Roep zijn naam: ‘Guus? Waar is Guus?’ Haal de handdoek weg en reageer enthousiast als je jouw baby weer ziet. ‘Daar is Guus!’ Samen een klusje doen 1,5-2,5 jaar: Kinderen in deze leeftijd willen graag laten zien hoe groot en sterk ze zijn. Speel hierop in door je kind te laten helpen bij een klusje. Laat je kind bijvoorbeeld het pak luiers voor zijn babyzusje of -broertje naar binnen dragen na het boodschappen doen. Of de zak met brokjes voor de kat of hond.  2,5-4 jaar: Kinderen in deze leeftijd willen graag meehelpen. Ze willen net zo groot zijn als jou. Laat je kind bijvoorbeeld helpen bij de verzorging van zijn babyzusje of -broertje. Hij kan bijvoorbeeld een schone luier aangeven of een spuugdoekje. Wanneer je kind geen klein broertje of zusje heeft, kun je hem ook vragen om bijvoorbeeld het eten voor de hond of de kat neer te zetten, of de plantjes water te geven. Geef je kind complimentjes en vertel hoe groot en knap je hem al vindt.

Ontdekken 0-1,5 jaar: Doe wat schuim in het bad. Je baby zal het leuk vinden om met het schuim te spelen. Doe wat schuim op de hand van je baby en laat hem eraan voelen. Verstop een badeendje of ander badspeeltje onder het schuim. Kan je baby het badeendje nog vinden? 1,5-2,5 jaar: Er is vast wel een foto van je kind als baby in bad. Misschien vind je kind het leuk om dit na te spelen met zijn pop. Doe wat lauw water en schuim in een afwasteiltje en laat je kind de pop lekker wassen. Met mooi weer kan dit buiten en met slecht weer binnen in de badkamer. Zo is het geen probleem als hij met water knoeit.

Samen praten 0-1,5 jaar: Neem je baby op schoot en blader samen door het fotoboek van je baby. Je baby zal zichzelf misschien nog niet herkennen, maar kijkt wel graag naar de baby op de foto’s. Praat met je baby over wat jullie zien: ‘Dat is een baby. Zie je dat? Dat ben jij.’ 1,5-2,5 jaar: Neem je kind op schoot en blader samen door zijn fotoboek. Wijs aan wie er op de foto’s staan en vertel je kind hoe blij iedereen was toen hij werd geboren. Praat samen over wat jullie op de foto’s zien: ‘Toen was je nog een kleine baby. Zie je dat? Wat ben je nu al groot!’ * Misschien wil je kind naspelen dat hij weer een kleine baby is. Speel mee en doe even net alsof je kind weer heel klein is.  2,5-4 jaar: Neem je kind op schoot en blader samen door zijn fotoboek. Vraag je kind of hij weet wie er op de foto’s staan en vertel je kind hoe blij iedereen was toen hij werd geboren. Praat samen over wat jullie op de foto’s zien: ‘Toen was je nog een kleine baby. Zie je dat? Wat ben je nu al groot!’ * Misschien wil je kind naspelen dat hij weer een kleine baby is. Speel mee en doe even net alsof je kind weer heel klein is.

Zingen 0-1,5 jaar: Zing het liedje dat bij het thema hoort. Maak ook gebaren bij het liedje. Vraag aan de leidster welke gebaren zij in de groep met de baby’s maken. Wijs aan over wie je zingt.  1,5-2,5 jaar: Zing het liedje dat bij het thema hoort. Maak ook gebaren bij het liedje. Vraag aan de leidster welke gebaren zij in de groep met de kinderen maakt. Laat tijdens het zingen af en toe een woordje weg, bijvoorbeeld het laatste woord van de zin. Kijk of je kind dat woord al zelf kan invullen.  2,5-4 jaar: Zing het liedje dat bij het thema hoort. Maak ook gebaren bij het liedje. Vraag aan de leidster welke gebaren zij in de groep met de kinderen maakt. Laat je kind zelf invullen bij wie hij woont.

Bewegen 1,5-2,5 jaar: Misschien kan je kind de geluiden van verschillende dieren al nadoen. Maar kan hij ook lopen als een hond, springen als een konijn of (droog-)zwemmen als een vis? Door te bewegen kan je kind zijn energie kwijt en oefent hij zijn lichaam. Dit bewegingsspelletje kun je gemakkelijk even tussendoor doen als je kind druk is.  2,5-4 jaar: Door te bewegen kan je kind zijn energie kwijt en oefent hij zijn lichaam. Doe een bewegingsspelletje, waarbij je kind allerlei dieren nadoet. Kan hij lopen als een hond, springen als een konijn of (droog-) zwemmen als een vis? Dit bewegingsspelletje kun je gemakkelijk tussendoor doen als je kind druk is.

Spelen 0-1,5 jaar: Baby’s vinden het leuk om te spelen met spulletjes die ze goed kennen. Geef je baby bijvoorbeeld een flesje, een spuugdoekje, een luier en een speeltje in een doos of bakje. Laat je baby met de spullen spelen. Veel baby’s vinden het leuk om spulletjes in en uit een bakje te doen.  * Geef je baby eens een trein om mee te spelen op de grond. Laat de trein door de kamer rijden. Ziet je baby waar de trein heen rijdt? Stimuleer je baby de trein te zoeken en hem zelf te pakken. Al spelend ontstaat ruimtelijk begrip. Je baby ontdekt bijvoorbeeld dat de trein wel onder de bank past, maar hijzelf niet.  1,5-2,5 jaar: Zet in de huiskamer twee stoelen naast elkaar en hang er een groot laken overheen. Zo heeft je kind een eigen hutje waar hij kan spelen met zijn knuffels, of samen met zijn broertje, zusje of een ander kind, en is hij toch dicht bij je in de buurt.  2,5-4 jaar: Je kind vindt het waarschijnlijk leuk om in een eigen huisje te spelen en tegelijk toch dicht bij je in de buurt te blijven. Zet in de huiskamer twee stoelen naast elkaar en hang er een groot laken overheen. Zo heeft je kind een eigen hutje dat hij zelf kan inrichten. Alleen of samen met zijn broertje, zusje of een ander kind.